Warmte- en gasnetwerken zijn een belangrijk onderdeel van het toekomstige energiesysteem. Energieplanologie gaat daarom niet alleen over elektriciteit, maar ook over het plannen van warmte- en gassystemen. Deze systemen vragen ruimte en brengen eigen uitdagingen met zich mee. Tegelijk kunnen warmtenetten de druk op het elektriciteitsnet verlagen en duurzame warmtebronnen beter benutten. Daarom zijn goede ruimtelijke keuzes belangrijk.
Bron: Planbureau voor de Leefomgeving, 2017
De rol van warmte in het toekomstige energiesysteem
Voor het verduurzamen van woningen en gebouwen zijn er grofweg 2 mogelijkheden: een collectief warmtenet met een duurzame warmtebron of individuele verwarming met een warmtepomp.
Warmtenetten kunnen de vraag naar elektriciteit en de belasting van het elektriciteitsnet beperken. Individuele warmtepompen gebruiken namelijk elektriciteit. Daardoor zijn bij grootschalige inzet van warmtepompen meer elektriciteitsinfrastructuur, windturbines en zonnepanelen nodig. Ook warmtenetten gebruiken elektriciteit, maar meestal minder.
Warmtenetten zijn vooral geschikt op plekken waar een duurzame warmtebron beschikbaar is, zoals geothermie, aquathermie of restwarmte, én waar veel gebouwen dicht bij elkaar staan. Dat is vaak het geval in stedelijke gebieden. Overheden maken in hun energievisies afwegingen over de inzet van warmtenetten. Deze keuzes hebben gevolgen voor de ruimtelijke inrichting en moeten aansluiten bij de omgevingsvisie.
Warmtenetten vragen ruimte boven én onder de grond
Een warmtenet heeft zowel bovengrondse als ondergrondse gevolgen voor de ruimte.
Bovengronds is ruimte nodig voor warmtebronnen, zoals geothermie- of aquathermie-installaties, maar ook voor hulpwarmtecentrales en warmteoverdrachtsstations in wijken. Ondergronds zijn leidingen nodig voor het transport en de distributie van warmte en voor aansluitingen naar gebouwen.
Die ondergrond is vaak al druk bezet met gas-, water- en elektriciteitsleidingen, riolering en glasvezel. Daarom is een integrale ruimtelijke planning nodig, waarin de ruimte voor warmte-, gas- en elektriciteitsinfrastructuur gezamenlijk wordt bekeken. Daarbij geldt dat hogetemperatuurwarmtenetten meestal meer ruimte vragen dan zeerlagetemperatuurwarmtenetten.
Van plan naar uitvoering: hoe ontstaat een warmtenet?
Met de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en de Wet collectieve warmte (Wcw) hebben gemeenten meer mogelijkheden gekregen om warmtenetten te ontwikkelen. In de Wcw is vastgelegd dat publieke partijen een meerderheidsbelang moeten hebben in een warmtebedrijf. Zo blijven publieke belangen beter beschermd.
De realisatie van een warmtenet verloopt in 4 stappen.
Stap 1: Warmteprogramma opstellen
Elke gemeente stelt eens per 5 jaar een warmteprogramma op. Hierin staat per wijk wanneer en hoe de overstap van aardgas wordt gemaakt. Ook wordt onderzocht welk warmtesysteem het meest geschikt is.
Voor een goed warmteprogramma is een duidelijke ruimtelijke visie nodig. Gemeenten moeten inzicht hebben in de gevolgen van verschillende keuzes, bijvoorbeeld de impact van verdere elektrificatie op het elektriciteitsnet en de ruimte.
Stap 2: Van plan naar warmtekavel
Op basis van het warmteprogramma werkt de gemeente samen met bewoners en andere betrokkenen een uitvoeringsplan uit. Daarbij staan haalbaarheid en betaalbaarheid centraal.
Vervolgens selecteert de gemeente via een openbare aanbesteding een warmtebedrijf. Dit bedrijf krijgt de verantwoordelijkheid voor de aanleg en exploitatie van het warmtenet binnen het aangewezen gebied, de zogenoemde warmtekavel.
Stap 3: Omgevingsplan aanpassen
Nadat een warmtebedrijf is gekozen, kan de gemeenteraad het omgevingsplan aanpassen. Hierin wordt vastgelegd welk warmtesysteem wordt gerealiseerd, welk warmtebedrijf verantwoordelijk is en wanneer de levering van aardgas stopt.
Stap 4: Aanleg en ingebruikname
De gemeente stelt vervolgens een redelijke overgangstermijn vast van maximaal 8 jaar. In deze periode wordt het warmtenet aangelegd en kunnen bewoners overstappen op het nieuwe systeem.
Tijdens de exploitatie houdt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toezicht op de tarieven en de kwaliteit van de warmtelevering.