Kaders voor het energiesysteem van de toekomst

De energietransitie vraagt om grote veranderingen in het energiesysteem én in de inrichting van onze leefomgeving. Keuzes over elektriciteit, warmte, waterstof en groen gas hebben gevolgen voor de ruimte die nodig is voor opwek, opslag en infrastructuur. Daarom is het belangrijk om energie vroegtijdig mee te nemen in ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.

Het Nationaal Plan Energiesysteem

Het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) beschrijft hoe het Nederlandse energiesysteem zich tot 2050 ontwikkelt. Het plan laat zien hoe Nederland toewerkt naar een klimaatneutrale samenleving. Iedere 5 jaar wordt het plan bijgewerkt om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuwe versie: NPE 2.0.

In het NPE worden keuzes gemaakt over verschillende energiedragers, zoals elektriciteit, waterstof, groen gas en warmte. Ook wordt gekeken naar de infrastructuur die daarvoor nodig is. Elke energiedrager heeft eigen eigenschappen, vraagt om een andere inrichting van de ruimte en kent een eigen manier van organiseren en besturen.

Elektriciteit

Elektriciteit vormt de ruggengraat van het toekomstige energiesysteem. Veel toepassingen kunnen direct gebruikmaken van elektriciteit, bijvoorbeeld voor het verwarmen van woningen, het opladen van elektrische auto's en het aandrijven van machines in de industrie. Elektriciteit wordt opgewekt met wind op zee, wind op land, zonne-energie en voor een deel met kernenergie.

Elektriciteit vraagt relatief veel ruimte voor opwek en infrastructuur. Daarnaast is het lastig om elektriciteit voor langere tijd op te slaan. Ook is elektriciteit niet voor alle toepassingen de meest efficiënte oplossing, bijvoorbeeld voor industriële processen die zeer hoge temperaturen vragen. Daarom blijven andere energiedragers nodig.

Waterstof

Voor het maken van groene waterstof is veel elektriciteit nodig. Daarbij gaat een deel van de energie verloren. Daardoor is waterstof relatief duur.

Waterstof wordt vooral ingezet in sectoren waar weinig alternatieven beschikbaar zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor de staal- en chemische industrie, waar vaak zeer hoge temperaturen nodig zijn. Ook kan waterstof worden gebruikt in zwaar transport. Daarnaast kan waterstof helpen om energie voor langere tijd op te slaan, bijvoorbeeld van de zomer naar de winter.

Groen gas

Een belangrijk voordeel van groen gas is dat het bestaande aardgasnet kan worden gebruikt. Ook werkt groen gas in veel bestaande installaties en apparaten. Daardoor kan de overstap relatief eenvoudig en betaalbaar zijn.

De hoeveelheid groen gas die geproduceerd kan worden is echter beperkt. Dat komt doordat er in Nederland maar een beperkte hoeveelheid biomassa beschikbaar is. Daarom wordt groen gas vooral ingezet op plekken waar andere oplossingen niet goed mogelijk zijn, bijvoorbeeld tijdens piekmomenten in de warmtevoorziening.

Warmte

Het kabinet zet in op collectieve warmtenetten met lokale warmtebronnen, zoals aardwarmte (geothermie), restwarmte van bedrijven en warmte uit water (aquathermie). Deze warmtebronnen zijn lokaal beschikbaar en zorgen voor minder belasting van het elektriciteitsnet. Ook is er minder behoefte aan schaarse brandstoffen.

Warmtenetten werken vooral goed in gebieden waar veel gebruikers dicht bij elkaar wonen of werken. Op plekken waar dat niet mogelijk is, zijn individuele warmtepompen vaak een geschikt alternatief.

Ruimtelijke sturing op verschillende schaalniveaus

De ontwikkeling van het toekomstige energiesysteem vindt plaats op verschillende schaalniveaus. Het Rijk stuurt op de ontwikkeling van grootschalige energievoorzieningen en infrastructuur, zoals windparken op zee en het landelijke hoogspanningsnet. Netbeheerders voeren deze plannen uit via hun investeringsprogramma's. Op lokaal niveau spelen juist meer decentrale oplossingen een rol, zoals zonnepanelen op daken en lokale batterijopslag.

Het is belangrijk dat deze landelijke en lokale ontwikkelingen goed op elkaar aansluiten. Dat vraagt om een gebiedsgerichte aanpak. Hiervoor moeten gemeenten, provincies, het Rijk en netbeheerders nauw samenwerken, ook over gemeentegrenzen heen.

Ruimtelijke impact van energie

De verschillende onderdelen van het energiesysteem hebben gevolgen voor de inrichting van de ruimte. Denk bijvoorbeeld aan windparken, hoogspanningsverbindingen, waterstofleidingen, warmtenetten en batterijopslag. Op de website Ruimte voor Energie is zichtbaar gemaakt welke ruimtelijke impact deze onderdelen hebben en hoeveel ruimte zij vragen.

 

 

 

Het platform Energiesysteem en Ruimte is een samenwerking tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en Netbeheer Nederland, met ondersteuning van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Stuur een e-mail   Volg op LinkedIn   Meld aan voor de nieuwsbrief

     

 

 

Cookie-instellingen