Werken aan netcongestie en het energiesysteem van de toekomst
Door netcongestie kunnen nieuwe woningen en bedrijven niet altijd worden aangesloten. Om dit op te lossen werken we aan meerdere actielijnen. Deze lijnen helpen ook om het toekomstige energiesysteem sterker te maken.
Actielijnen 1 en 2 staan in het Landelijk Actieplan Netcongestie. Actielijnen 3 en 4 komen uit bestuurlijke afspraken, zoals het integraal programmeren van het energiesysteem.
1. Sneller meer energie-infrastructuur realiseren
We bouwen sneller nieuwe onderdelen van het elektriciteitsnet. Denk aan transformatorstations en kabels. Dit moet helpen om de vraag bij te houden.
Dit doen we door:
- Procedures korter te maken
- Meer uitvoeringscapaciteit te organiseren
- Belemmeringen weg te nemen, zoals stikstofruimte en personeelstekort
Het doel is om het verschil tussen vraag en uitvoering kleiner te maken. Dit noemen we het maakbaarheidsgat.
Versnellen van locatiekeuzes
We willen sneller bepalen waar nieuwe stations en kabels komen. Dat doen we door:
- Vroeg ruimte te reserveren in omgevingsplannen
- Participatieprocessen sneller te organiseren
Versnellen van vergunningen
We verkorten doorlooptijden van vergunningen. Dat doen we door de Omgevingswet beter te gebruiken en stappen vaker parallel te zetten in plaats van achter elkaar.
Versnellen van de bouw
We bouwen sneller door:
Overzicht van benodigde tijd benodigd voor het bouwen van een elektriciteitsstation, en mogelijke oplossingsrichtingen
- Langdurige contracten met aannemers
- Standaard ontwerpen voor stations
- Modulair bouwen (bouwen met losse onderdelen)
Ondanks hoge investeringen lukt het nog niet om snel genoeg te bouwen. De vraag groeit sneller dan de netuitbreiding
2. Het bestaande net beter benutten
We willen het bestaande net beter gebruiken. De elektriciteitsvraag is niet altijd gelijk. Het net wordt gebouwd op piekmomenten. Daarom willen we de pieken verlagen.
Dit doen we door de vraag beter te spreiden over de dag. Er komen steeds meer zon en wind, dus flexibiliteit is nodig.
Voorbeelden van flexoplossingen
Netbeheerders bieden bijvoorbeeld:
- Flexcontracten (afspraken over wanneer je stroom gebruikt)
- Cable pooling (meerdere gebruikers op één aansluiting)
De meeste oplossingen hebben geen grote ruimtelijke gevolgen. Sommige technische oplossingen hebben dat wel. Dan moeten we goed kijken hoe en waar ze in de ruimte passen.
3. Tijdig keuzes maken en maatschappelijk prioriteren
Op alle schaalniveaus worden keuzes gemaakt over het toekomstige energiesysteem. Dit gebeurt van Rijk tot gemeente.
Het doel is om energie en infrastructuur beter te verbinden met de ruimte en de vraag.
Nationaal niveau
Het Rijk stuurt met programma’s zoals:
- Meerjarenprogramma Infrastructuur en Klimaat (MIEK)
- Programma Energiehoofdstructuur (PEH)
- Nationaal Plan Energiesysteem (NPE)
Hierin worden keuzes gemaakt over de grote energie-infrastructuur, zoals:
- Het landelijke transportnet
- De waterstofbackbone
- Kernenergie
- Wind op zee
Deze keuzes bepalen wat er regionaal en lokaal mogelijk is.
Provinciaal en regionaal niveau
Provincies werken met integraal programmeren. Ze maken keuzes voor 2040–2050.
Ze kijken naar:
- Energie
- Ruimte
- Economie
- Klimaatdoelen
Alles wordt samen bekeken. Netbeheerders gebruiken deze keuzes in hun investeringsplannen. Ook komen ze in omgevingsvisies en verordeningen.
In de energieregio’s werken gemeenten samen en leveren input voor provinciale plannen.
Gemeentelijk niveau
Gemeenten maken een warmteprogramma en vaak ook een energievisie. Daarin staat hoe de gemeente omgaat met energie in wijken, buurten en bedrijventerreinen.
Ze werken samen met:
- Woningcorporaties
- Energiecoöperaties
- Bewoners
- Lokale bedrijven
Wisselwerking tussen schaalniveaus
4. Energieplanologie: een andere manier van werken
Het idee dat alles overal kan, is niet meer haalbaar. Netcongestie blijft nog 10 tot 15 jaar bestaan. Ook is de ruimte schaars en het systeem duur.
De bouw van infrastructuur kan de groei van de vraag niet bijhouden. Daarom moeten we keuzes maken.
Van vraag volgen naar sturen
Alleen bouwen op basis van vraag is niet genoeg. We moeten bepalen:
- Waar wel energie-infrastructuur komt
- Waar niet
- Hoe het energiesysteem in de toekomst werkt
Dit doen we op basis van ruimtelijk beleid van overheden. Het is een structurele aanpak, geen tijdelijke oplossing.
Rollen van overheid en netbeheerders
- Overheden maken keuzes en nemen besluiten
- Netbeheerders maken inzichtelijk wat kan en voeren investeringen uit
Energie wordt vroeg meegenomen in plannen, niet pas aan het einde.
Waar werken we naartoe?
Energieplanologie zorgt voor een energiesysteem dat past bij het ruimtelijke toekomstbeeld. Dat betekent: keuzes maken over wat voor gebied we willen zijn.
Dit geeft:
- Meer duidelijkheid voor burgers en bedrijven
- Meer zekerheid voor investeringen
- Betere benutting van bestaande infrastructuur
- Minder behoefte aan extra infrastructuur
- Lagere druk op kosten en ruimte
- Een toekomstbestendiger systeem